In verband met de bestrijding van de vastgoedcriminaliteit gaat het kabinet de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) wijzigen in die zin dat het voor aangewezen bestuursorganen en aangewezen derden mogelijk wordt de WOZ-waarden op te vragen.
Deze maatregel maakt deel uit van het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2010. Het wetsvoorstel maakt het mogelijk om op verzoek de WOZ-waarde te verstrekken aan beroepshalve betrokkenen bij de verkoop van een pand, zoals bijvoorbeeld notarissen, hypotheekverstrekkers en verzekeraars. Deze maatregel is aangekondigd in de brief aan de Tweede Kamer van 19 maart 2009.
In het voorgestelde artikel 37h van die wet wordt de mogelijkheid gecreëerd om bij algemene maatregel van bestuur bestuursorganen aan te wijzen die bevoegd zijn tot het gebruik van het waardegegeven ten behoeve van in die algemene maatregel van bestuur aan te wijzen doeleinden. Eén van de bestuursorganen waarvoor toegang geregeld zal worden tot het waardegegeven in de algemene maatregel van bestuur is de notaris, die bij de uitoefening van zijn publieke taak een bestuursorgaan is. Bij aan- en verkoop van onroerende zaken kunnen notarissen de WOZ-waarde vergelijken met de taxatiewaarde die aan een hypothecaire geldlening ten grondslag ligt. Kennis van de WOZ-waarde dient dan als hulpmiddel om risico’s of misbruik tijdig te onderkennen. Als bestuursorgaan heeft een notaris te maken met de afnemersverplichtingen van een basisregistratie, zoals terugmelden bij gerede twijfel over de juistheid van een waardegegeven
Voor andere, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, derden - niet zijnde bestuursorganen - wordt in artikel 40a van de Wet WOZ voorgesteld dat zij het waardegegeven kunnen opvragen ten behoeve van in die algemene maatregel van bestuur aan te wijzen doeleinden van een bepaalde onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dient. Het moet dus gaan om een gericht verzoek om een waardegegeven, dat bovendien beperkt wordt tot onroerende zaken die in hoofdzaak tot woningen dienen. De mogelijkheid tot het opvragen van het waardegegeven strekt zich niet uit tot niet-woningen, omdat het waardegegeven van niet-woningen concurrentiegevoelige informatie kan zijn. Omdat de op grond van dit artikel aan te wijzen derden geen bestuursorganen zijn, worden zij niet als afnemers van de BR WOZ aangemerkt. Zij hoeven dus niet te voldoen aan de verplichtingen die gesteld worden aan afnemers van de BR WOZ, zoals het terugmelden bij gerede twijfel over de juistheid van het waardegegeven. Om te voorkomen dat derden de afgenomen waardegegevens gaan gebruiken voor een ander doel dan aangegeven in de algemene maatregel van bestuur is in het tweede lid aangegeven dat zij uitsluitend bij de uitoefening van de op grond van de bij die algemene maatregel van bestuur verleende bevoegdheid het waardegegeven mogen gebruiken. Aan te wijzen derden zijn in elk geval verzekeraars en aanbieders van hypothecair krediet ten behoeve van het vergelijken met de veronderstelde waarde van het onderliggende waardeobject. Ingevolge het derde lid van artikel 40a van de Wet WOZ mag de aangewezen derde de verkregen waardegegevens niet doorleveren aan anderen. Het tweede en derde lid zijn vergelijkbaar met de in artikel 37c van die wet opgenomen eisen gesteld aan afnemers van de BR WOZ. Op grond van artikel 40, derde lid, van de Wet WOZ kunnen de gemeenten een vergoeding in rekening brengen voor het verstrekken van het waardegegeven aan derden. Dit ziet uiteraard ook op verstrekking aan derden bedoeld in het voorgestelde artikel 40a van de Wet WOZ.
De algemene maatregelen van bestuur waarnaar in het wetsvoorstel wordt verwezen zijn nog niet beschikbaar.
|